Verklaring van Namen


De vurige debatten die de ondertekening van CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement) in Europa uitgelokt hebben, legden de manier bloot waarop de Europese Unie haar internationale handelsverdragen onderhandelt, en hoe een steeds toenemende publieke opinie de inhoud ervan in vraag stelt.

De voorstellen in deze Verklaring zijn bedoeld als antwoord op deze legitieme bezorgdheden. Geïnspireerd door de waarden van solidariteit, democratie en vooruitgang die aan de grondslag liggen van de Europese Unie, moeten deze voorstellen volgens de ondertekenaars de referentie vormen bij elke onderhandeling van een handelsverdrag waarin de Europese Unie en haar lidstaten betrokken zijn. In het licht van de debatten die ze zullen teweegbrengen, worden deze vorderingen in de toekomst ongetwijfeld nog verder ontwikkeld.

Dit betekent dat de Europese Unie vandaag niet in staat is om met de Verenigde Staten een evenwichtig akkoord te onderhandelen. Dit omwille van de asymmetrie tussen de verschillende partners, met name in termen van de mate van voltooiing van hun respectieve binnenlandse markten en de onopgeloste extraterritoriale problemen van de Amerikaanse wet.

Dit betekent ook dat de EU, te goeder trouw en samen met haar partners die reeds in onderhandelingen zijn betrokken, een manier zal moeten vinden om te garanderen dat reeds vergevorderde en de facto al bijna ondertekende akkoorden in de geest van deze Verklaring succesvol worden afgerond.

1. Eerbiediging van de democratische procedures


Om ervoor te zorgen dat de Europese onderhandelingsmethoden van handelsverdragen voldoen aan de legitieme transparantie-eisen van het maatschappelijke middenveld en de democratische parlementaire controleprocedures naleven

  • zijn er, vooraleer een onderhandelingsmandaat wordt gegeven, openbare en tegenanalyses nodig van de mogelijke effecten van een nieuw verdrag. Dit heeft als doel de waarborg te bieden dat het verdrag bijdraagt tot de duurzame ontwikkeling, de vermindering van de armoede en de ongelijkheid, en de strijd tegen de opwarming van de aarde;
  • dienen de onderhandelingsmandaten voorafgaand het voorwerp te zijn van een parlementair debat, in de nationale en de Europese parlementen (en de regionale parlementen met gelijkwaardige bevoegdheden) voor wat de gemengde verdragen betreft, door de vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld hier zo breed mogelijk bij te betrekken;
  • moeten de tussentijdse resultaten van de onderhandelingen tijdig en op een toegankelijke wijze worden bekendgemaakt zodat het maatschappelijke middenveld er volledig kennis van kan nemen, en er vóór het einde van de onderhandelingen een parlementair debat kan plaatsvinden;
  • wordt de methode van de “voorlopige toepassing” niet bevoorrecht, zodat de parlementen de volledige controle behouden in het kader van de instemmingsprocedure voor gemengde verdragen;

2.  Naleving van de socio-economische, gezondheids- en milieuwetgeving


Om ervoor te zorgen dat de handelsverdragen van de zogenaamde “nieuwe generatie” op geen enkele wijze een verzwakking betekenen van de wetten die het socio-economische, gezondheids- en milieumodel van de Europese Unie en van haar lidstaten beschermen, en dat ze zouden bijdragen aan de duurzame ontwikkeling, de vermindering van de armoede en de ongelijkheid, en de strijd tegen de opwarming van de aarde,

  • dient de ratificatie van de belangrijkste instrumenten ter verdediging van de mensenrechten, van de fundamentele IAO-conventies, van de aanbevelingen van het BEPS project (uitholling van de belastinggrondslag en winstverschuiving) en het Akkoord van Parijs rond het klimaat, verplicht te zijn voor de partijen;
  • moeten dergelijke verdragen becijferde voorwaarden opnemen inzake fiscaliteit en klimaat, zoals de minimumtarieven voor de belasting op bedrijfswinsten en controleerbare doelstellingen voor het terugdringen van broeikasgassen;
  • is het nodig om de openbare diensten en diensten van algemeen belang, zoals omschreven in de respectievelijke wetgeving van de Partijen, uit het toepassingsveld van deze verdragen te houden;
  • dient de “negatieve lijst”-methode, die bepaalt welke activiteiten openstaan voor concurrentie, uitgesloten te worden. De Partijen moeten via clausules systematisch de mogelijkheid hebben opnieuw de openbare eigendom van een sector over te nemen zonder enige andere voorwaarde dan die opgelegd door de nationale wetgeving;
  • zijn er standstillclausules nodig waardoor de Partijen hun sociale, gezondheids- en milieunormen niet kunnen verlagen om de export te bevorderen en investeringen aan te trekken. De clausules moeten gepaard gaan met sanctiemechanismen. Bovendien mag de aanpassing van de Partijen aan hun verplichtingen krachtens deze clausules in geen enkel geval een vordering tot schadevergoeding vormen voor de investeerders of andere private economische actoren;
  • moeten er loyale en effectieve samenwerkingsmechanismen voorzien worden, met name met betrekking tot de uitwisseling van informatie over de belasting van multinationals en offshore bedrijven;
  • dienen er mechanismen te komen voor de onafhankelijke en regelmatige evaluatie van de  socio-economische en milieu-effecten van dergelijke verdragen. Dit stelt de Partijen in staat de verdragen te schorsen (in de eventuele fase van een voorlopige toepassing) en periodiek te evalueren om ervoor te zorgen dat zij bijdragen tot de duurzame ontwikkeling, de vermindering van de armoede en de ongelijkheid, en tot de strijd tegen de opwarming van de aarde;

3. Het algemeen belang in het kader van de geschillenbeslechting waarborgen


Om ervoor te zorgen dat de beslechting van geschillen tussen bedrijven en de Staten of andere Partijen bij de verdragen de grootst mogelijke rechtsgaranties bieden voor de bescherming van het algemeen belang

  • moet de voorkeur gaan naar de nationale en Europese rechterlijke instanties, waarbij slechts een beroep wordt gedaan op een internationaal mechanisme voor geschillenbeslechting wanneer dit bepaalde voordelen biedt (uniforme toepassing van de verdragen, snelheid en bevoegdheid van de rechters) en een beroepsprocedure omvat die de coherentie van de beslissingen in de eerste graad waarborgt;
  • dienen de hoogste normen gehanteerd te worden voor de internationale geschillenbeslechtingsmechanismen, in het bijzonder met betrekking tot de voorwaarden voor de benoeming en bezoldiging van rechters en hun garanties van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, zowel tijdens als na de uitoefening van hun mandaat;
  • moeten de rechters volledig competent zijn om handelsverdragen toe te passen in overeenstemming met de andere regels van het internationale recht, met inbegrip van de mensenrechten, het arbeidsrecht en het milieurecht;
  • is een gelijke toegang nodig tot de internationale mechanismen voor geschillenbeslechting, met name door maatregelen te nemen ten voordele van KMO’s en particulieren om de financiële gevolgen van een beroep op deze mechanismen te verlichten;

Met deze beginselen hoort de Europese Unie te kunnen aantonen dat handelsverdragen niet de private belangen dienen ten nadele van het algemeen belang, maar dat ze bevolkingen dichter bij elkaar brengen en bijdragen tot de strijd tegen de klimaatverandering en tot duurzame ontwikkeling, in het bijzonder van de armste regio’s.